Speech Alexandra van Huffelen Kinderrechten Unicef

07-02-2024
605 keer bekeken

Op dinsdag 6 februari sprak staatssecretaris Alexandra van Huffelen op het UNICEF Symposium Kinderrechten in de Digitale Wereld.

Ik wil graag beginnen met enkele woorden die naar mijn mening de essentie vatten van deze bijeenkomst.

Ze werden uitgesproken door Janusz Korczak, een pedagoog en fervent pleitbezorger van kinderrechten.

Hij zei: 'Kinderen zijn niet de mensen van morgen, ze zijn nu al mensen.'

 

Kinderen zijn nu al mensen.

Ze verdienen het om net zo serieus genomen te worden als u en ik.

En niet zo lang geleden kreeg ik een prachtige kans om kennis te nemen van de ideeën en meningen van een aantal van deze 'mensen van vandaag'.

Ze waren uitgenodigd op ons ministerie, als leden van de jeugdraad voor digitalisering, opgezet door Unicef, om hun zorgen te uiten over de online wereld.

Deze kinderen, soms nog maar 10 jaar oud, deden dat uitzonderlijk eloquent en openhartig.

Ze spraken met kennis van zaken over heel uiteenlopende onderwerpen.

Van pesten op sociale media tot lootboxes in mobiele games.

Dat was nuttig en interessant en ook echt anders dan andere gesprekken die ik voerde op die dag.

 

Maar hun bezoek herinnerde me er vooral ook aan: hoewel deze kinderen voor zichzelf konden opkomen op een manier die ik niet helemaal van ze had verwacht, hebben ze ons nog steeds nodig.

Ze hebben ons nodig om beleid te ontwikkelen en uit te voeren dat hen beschermd.

En daarom ben ik zo blij dat we vandaag hier allemaal zijn verzameld.

Kinderen, waar het vandaag echt om gaat, die zelf het beste weten wat zij nodig hebben en kunnen vertellen over hun online ervaring.

Wetenschappers, die zich echt in deze materie hebben gespecialiseerd en wiens inzichten de basis moeten vormen van ons beleid.

En beleidsmakers, die de dure plicht hebben die inzichten om te zetten in beleid dat het kind centraal stelt.

Dus om te beginnen, wil ik graag een paar woorden zeggen over waarom we moeten handelen - en daarna wil ik het ook hebben over de instrumenten die tot onze beschikking staan.

 

Laat er geen misverstand over bestaan: de online wereld heeft kinderen veel te bieden.

Ik heb kinderen vormen en geluiden zien ontdekken op tablets, namen van dinosaurussen zien leren, of ze zien spelen, praten en samenwerken met hun klasgenoten.

Ze kunnen leren, spelen en creatief zijn.

Het is zeker niet 'allemaal slecht'.

 

Maar bedreigingen in de online wereld lijken op kinderen - ze groeien en evolueren voortdurend.

Schoksgewijs, in onverwachte richtingen.

Zie bijvoorbeeld hoe snel deepfakes zich ontwikkelen, en hoeveel mensen zij weten te bereiken.

 

Telkens wanneer ik een tiener druk zie swipen op zijn of haar telefoon, word ik eraan herinnerd dat ze het risico lopen blootgesteld te worden aan schadelijke inhoud.

Aan video's die anorexia verheerlijken, bijvoorbeeld.

Dit kan aanzienlijke negatieve effecten hebben op het zelfbeeld.

Dan is er het risico op social media-verslaving, op gameverslaving.

Er zijn zorgen over cyberpesten, en ook over privacy: welke gegevens verzamelen bedrijven, wat gebeurt daar mee?

Het punt is: we beschouwen deze risico's en zorgen als fundamenteel - net zo fundamenteel als die in de fysieke wereld.

 

 

Dus wij zijn doordrongen van dit belang, de Europese Unie is dat ook, en het is hartverwarmend dat dit besef er ook is bij Unicef, Universiteit Leiden en Kennisnet.

Graag benoem ik dat we een geschiedenis van nauwe samenwerking met Unicef hebben over dit onderwerp.

Zoals bij het opzetten van de eerder genoemde jongerenpanels.

Ik ben daar heel dankbaar voor.

En ook de essays die we vandaag bespreken zijn weer belangrijke bijdragen aan dit onderwerp, van toonaangevende stemmen op dit gebied.

Wat deze essays duidelijk maken, is dat het leven van kinderen zich steeds meer online afspeelt.

Gemiddeld besteden zij wel 6 uur per dag op hun telefoon en dat raakt het leven in al zijn facetten.

Vriendschap, onderling contact, ook de seksuele ontwikkeling.

En de klas is tegenwoordig een ‘cloudklas’, vol tablets, digiborden en headsets.

We zien hier ook dat kansen en bedreigingen ongelijk zijn verdeeld.

Dat er een sterk verband is met sociale ongelijkheid, en dat terwijl de impact steeds groter wordt.

 

In dat kader wil ik graag de maatregelen benoemen waar we als overheid het komende jaar mee aan de slag gaan.

Maatregelen waarmee tot het uiterste gaan om kinderen te beschermen.

Ten eerste is er de kinderrechten impactbeoordeling.

Een instrument dat organisaties helpt de impact van een online product of dienst op de rechten van het kind te voorspellen en risico's op te sporen en te verminderen.

En dit jaar lanceren we het Kinderrechtenlabel.

Dit stelt kinderen en hun ouders in staat om in één oogopslag te zien of een online product of dienst veilig is om te gebruiken.

We werken ook aan de Kinderrechten Code online, om principes en praktijkvoorbeelden te delen die belangrijk zijn voor ontwikkelaars.

En we werken we aan leeftijdsverificatiesystemen, omdat we geloven dat het tonen van leeftijdsgebonden inhoud een sleutelfactor is in dit alles.

 

 

Ik wil Unicef, de Universiteit Leiden en Kennisnet nogmaals bedanken voor deze essays.

 Wij gaan ervoor zorgen dat deze inzichten een plaats krijgen in het beleid.

 En we blijven werken aan een online wereld die de veiligheid van kinderen centraal stelt.

 Dankuwel. 

Afbeeldingen

X (voorheen Twitter)

Cookie-instellingen