Speech minister Bruins Slot VNG jaarcongres 14 juni 2023

14-06-2023
993 keer bekeken

'Gesproken woord telt'.

Dank voor de uitnodiging om hier te staan. Ik hoop dat u gister een inspirerende dag hebt gehad, inclusief een goede en gezellige avond.
Ik heb met grote aandacht geluisterd naar het verhaal van de heer Feringa. Het is boeiend om een Nobelprijswinnaar te horen spreken over wetenschap en het belang van samenwerking.


En dank ook aan de heer van Zanen voor zijn pakkende toespraak. Hij sprak ook nu weer zoals ik hem heb leren kennen, op het podium en tijdens vergaderingen: duidelijk, eerlijk en stevig als het moet. Maar na de confrontatie volgt bij hem altijd de verbinding. Omdat hij er ten diepste van overtuigd is, dat we er alleen samen uit kunnen komen.
Nogmaals vanaf deze plek: beste Jan. Ik wil je namens heel het kabinet van harte bedanken voor je enorme inzet. Want die was – en is – voor onze gezamenlijke taak in de samenleving van enorme waarde. En ik weet zeker dat je hiermee heel veel collega’s – bij alle overheden – hebt geïnspireerd. Heel veel dank voor alles!
Dames en heren.


Sprekend als minister in deze mooie provincie voel ik een zeker ongemak. Want hier heeft de overheid de Groningers in de steek gelaten. Hier zijn niet alleen de gebouwen, maar is ook het vertrouwen in de overheid ernstig beschadigd.


We zijn als kabinet druk bezig om te zorgen voor erkenning, herstel en perspectief. Om de laatste kans te benutten om het beter te doen. Om samen te bouwen aan de toekomst. Het Kamerdebat van vorige week liet opnieuw zien dat we er nog lang niet zijn.
Daar wil ik het vandaag met u over hebben. Over het samen bouwen aan de toekomst. Over wat ons bindt en wat er op het spel staat. Over de overtuiging dat we er alleen samen uit kunnen komen.


Daarvoor neem ik u mee de stad uit. Op een half uur rijden hiervandaan, naar Winsum, waar ik tot mijn zevende heb gewoond. Ik herinner me het mooie dorp en de wandelingen langs het Reitdiep met mijn vader, mijn broer en de hond.

En ik weet ook nog hoe we in het weekend met de Fiat Ritmo op pad gingen. Dan passeerden we de suikerfabriek aan het Hoendiep, vlakbij de stad. Dat iconische gebouw, met zijn hoge schoorsteen en in de herfst de zoetweeë geur van verwerkte suikerbieten. Deze herinneringen blijven voor mij voor altijd verbonden met Groningen.


De penetrante geur was veel Groningers dierbaar. Want het was ook de lucht van werkgelegenheid en vooruitgang. De fabriek werd als coöperatie opgezet door Groningse en Friese bietentelers, die vonden dat bestaande suikerfabrieken te weinig betaalden voor hun producten. Zij zorgde voor welvaart in een provincie vol armoede, samen met een tweede suikerfabriek, vlakbij in Hoogkerk.


De suikerfabriek aan het Hoendiep sloot in 2008 haar poorten, die in Hoogkerk is nog altijd in productie. Maar het 160 hectaren grote gebied tussen beide fabrieken is klaar voor een nieuwe toekomst. Hier moet - onder de naam Suikerzijde - een nieuw stadsdeel verrijzen.


Het verhaal van de Suikerfabriek laat zien wat het oplevert als we de handen ineenslaan. Als we samenwerken aan iets groters, waar ook de generaties na ons van profiteren. En hoe het soms nodig kan zijn om onszelf opnieuw uit te vinden.


Want de toekomst klopt op onze deur, ons land staat voor grote uitdagingen. Het is een lijst die we inmiddels allemaal wel kennen: de bouw van nieuwe woningen, de energietransitie, de strijd tegen klimaatverandering, de omgang met migratie, de zorg voor kwetsbare kinderen en de weerbaarheid van onze democratische rechtsstaat.


Om al die uitdagingen aan te pakken, moeten we allemaal in staat zijn ons eigen aandeel te leveren. U maakt zich luid en duidelijk zorgen of u wel beschikt over voldoende financiële middelen om dat te doen. Dat hoor ik in de reacties op de Voorjaarsnota, tijdens gesprekken met wethouders en raadsleden overal in het land, en ook hier op het VNG-congres.


Voor het eerst in jaren ligt er een begroting waarbij we moeten bezuinigen. Hierbij verschillen de perspectieven van de VNG en het Rijk. De VNG vindt dat de gemeenten er in de nieuwe begroting 3 miljard op achteruit gaan. Vanuit het Rijk bezien is er juist ruim 1 miljard extra vrijgemaakt voor gemeenten.


Dit meningsverschil gaan we hier niet oplossen. Maar we kunnen ook niet in een surplace blijven staan, zeg ik tegen de wielerfan die Jan van Zanen is. We zullen samen het gesprek aan moeten gaan om een balans te zoeken tussen taken, middelen en uitvoeringskracht. We zullen vanuit de confrontatie op zoek moeten gaan naar de verbinding.


Ook de inwoners van ons land willen weten waarvoor zij een beroep kunnen doen op de overheid, en waarvoor niet. Ons vermogen als overheden om problemen op te lossen, maakt de democratische rechtsstaat tastbaar voor iedereen. Een sterke democratie vereist een goede samenwerking tussen alle overheden.


Ik wil hier drie graag drie manieren uitlichten waarop wij als Rijk en gemeenten onze samenwerking kunnen verbeteren en zo de democratie versterken. Dit zijn: een beter uitvoerbaar Rijksbeleid; betere randvoorwaarden voor politieke ambtsdragers en partijen; en tot slot het benutten van de kracht van de samenleving.


Ik begin met een beter uitvoerbaar Rijksbeleid. Met de Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden kunnen we voortaan toetsen of beleidsvoornemens wel uitvoerbaar zijn. En of ze voldoende ruimte bieden aan decentrale overheden om eigen keuzes te maken. Want wetgeving en beleid kunnen nog zo goed bedoeld zijn, ze zijn weinig waard als ze niet of slecht uitvoerbaar zijn.


Kennis over hoe dat beter kan, ligt vaak bij de mensen in het veld. U weet als eerste overheid dikwijls het beste of regels nodeloos ingewikkeld of zelfs onrechtvaardig uitpakken.


Daarnaast moeten we duidelijker krijgen welke taken bij wie worden belegd en welke financiële verantwoordelijkheden daarbij horen. Hierover zijn we druk met elkaar in gesprek.


Dan kom ik bij de tweede manier om een impuls te geven aan onze samenwerking. En dat is verbetering van de randvoorwaarden voor politieke ambtsdragers en partijen. Om u beter te ondersteunen bij uw inzet voor de samenleving.


U hebt er, net als ik, voor gekozen om de publieke zaak te dienen. Dit doet u in een realiteit die vaak weerbarstig is. Tegenspraak, debat en protest horen bij onze democratie als de bietenlucht bij de suikerfabriek. Ze zijn misschien niet altijd even aangenaam, maar tonen wel de kracht van onze democratie.


Tegelijk moeten we grenzen trekken om de rechtsstaat te beschermen. We moeten waakzaam zijn als extremisten de neutraliteit van onze instituties in

twijfel trekken en onze rechtsorde afwijzen. Als die grenzen worden overschreden, moeten we ingrijpen.


Dit gebeurt bij intimidatie, bedreiging of geweld. Dan staan we voor de dragers van de democratie. Of dat nu een wethouder in Harderwijk is, de burgemeester van de Friese Meren, of een minister en partijleider in Den Haag.


Of als het u overkomt. Aarzel dan niet, maar bespreek en meld het. Het Ondersteuningsteam Weerbaar Bestuur, hier met een stand aanwezig, is er voor u. Dan staan we samen schouder aan schouder.


De grenzen van de democratie worden ook overschreden als het openbaar bestuur wordt ondermijnd en zijn integriteit in het geding is. We wapenen ons ertegen met een verplichte risicoanalyse bij de benoeming van bestuurders. Ook voeren we gesprekken, organiseren we trainingen, en ligt er een Handboek Integriteit, dat ik u van harte kan aanraden.


Maar wetten en gedragscodes alleen zijn niet voldoende. Integriteit is een grondhouding, waaraan we allemaal dagelijks dienen te werken. Om het goede te doen, ook als niemand kijkt.


Ook politieke partijen dragen onze democratie. Zij slaan een brug tussen kiezers en politiek en zorgen ervoor dat de stem van alle Nederlanders gehoord wordt bij de plannen en wetten die we maken.


Met de Wet op de politieke partijen willen we partijen subsidiëren die alleen lokaal actief zijn. Bij een gemeente met meer taken hoort extra steun aan de partijen die haar controleren.


Behalve een beter uitvoerbaar Rijksbeleid en betere randvoorwaarden voor politieke ambtsdragers en partijen is er nog een derde en laatste manier om de samenwerking tussen Rijk en gemeenten te versterken. En dat is het beter benutten van de kracht van de samenleving.


De uitdagingen waar we voor staan, vragen om de inzet van iedereen. Ik zie op veel plekken wat er gebeurt als de gouden driehoek van overheden, ondernemers en onderwijs de krachten bundelt.


Een mooi voorbeeld zijn de Regio Deals. Met de Regio Deals investeren we 900 miljoen om regio’s leefbaarder te maken, de gezondheid van mensen te verbeteren en ervoor te zorgen dat opleidingen beter aansluiten op de arbeidsmarkt. Dit doen we door gebruik te maken van de kennis en kunde van de mensen in de regio zelf.

Ook zie ik overal in Nederland grote betrokkenheid bij onze gemeenten en onze democratie, en bij de opgaven waar we samen voor staan. Gisteren was ik nog in Leeuwarden, waar zo’n 800 Friese jongeren met elkaar in gesprek gingen over democratie.


Daarnaast zie ik steeds meer gemeenten die burgerberaden organiseren, of dat van plan zijn. Ook als zaken onverenigbaar lijken, gaan mensen op zoek naar een resultaat waarmee iedereen kan leven.


Bovendien krijgen inwoners met het uitdaagrecht een deel van de taken van een gemeente in handen, als zij denken die taken beter of efficiënter uit te kunnen voeren. De wet om dat te regelen ligt in de Tweede Kamer.
Ten slotte zie ik de betrokkenheid van mensen bij hun eigen gemeenschap. Betrokkenheid die de overheid sterker maakt en die we moeten koesteren. Zo verricht ruim één op de drie Nederlanders van vijftien jaar en ouder vrijwilligerswerk. Wat ze in Twente en de Achterhoek ‘Naoberschap’ noemen, en in Friesland ‘mienskip’, is op talloze plekken in Nederland nog altijd sterk aanwezig. Mensen voelen zich verbonden met hun dorp, buurt of straat en proberen er samen het beste van te maken.

Aan het eind van mijn verhaal keer ik nog één keer terug naar de Fiat Ritmo waarmee we van Winsum langs de suikerfabriek reden. Dikwijls ging de reis naar de Randstad. In mijn beleving was het niet ver.
Tegenwoordig voelt Den Haag voor mensen soms wel ver weg, ook als ze in de Randstad wonen. Maar het gaat alleen goed in Nederland, als het overal in ons land goed gaat. Om de opgaven van onze tijd aan te pakken, telt elke regio. Maar ook elke provincie, elke gemeente, en elke wijk. Dan moeten we niemand vergeten en samen bouwen aan de toekomst. Net als de bouwers van de Suikerfabriek.


Ik sluit af met een citaat van de man die vertrekt. Met een uitspraak die hij deed toen hij in 2015 aantrad. Toen wilde hij – ik citeer - ‘maatschappelijke meerwaarde leveren voor de samenleving. Want de samenleving is immers ons bestaansrecht’.
Deze woorden van Jan van Zanen zijn me uit het hart gegrepen. We hebben dezelfde opdracht, waar we ook werken, in de gemeente of het Rijk.

Niemand van ons kan dit alleen. Als we het samen doen, zijn we zoveel sterker.
Dank u wel.

Afbeeldingen

X (voorheen Twitter)

Cookie-instellingen